Ieder mens reageert anders op zijn ziekte, en de ziekte heeft dan ook altijd in meer of mindere mate invloed in de omgang met de naasten, kinderen en mantelzorgers. De eerste vragen die zich voordoen zijn: “Hoe het de naasten verteld moet worden, daarnaast kunnen afhankelijk van de ziekte ook vragen over erfelijkheid een rol spelen. Het onderhouden van contacten kan bemoeilijkt worden, terwijl de zieke er mogelijk wel veel behoefte aan heeft.
Rollen en taken veranderen zowel voor de zieke als voor de naasten en mantelzorgers. Al deze veranderingen in de omgang met de naasten kunnen voor spanningen zorgen.